GESCHIEDENIS VAN DE MEDISCHE CENTRA IN FRANSTALIG BELGIË
Hoe zijn ze ontstaan? Hoe hebben ze zich ontwikkeld?
In de jaren ’70 ging er een belangrijke sociale, politieke en culturele beweging door de hele Belgische samenleving, maar ook door andere landen over de hele wereld. Deze beweging, die van meet af aan protestgericht was, leverde kritiek op de werking van alle instellingen die ten grondslag liggen aan de organisatie van de samenleving: een rechtssysteem voor de rijken, een gezondheidszorg met twee snelheden, bedrijven geleid door werkgevers die weinig oog hadden voor het welzijn van hun arbeiders… De beweging hekelde de slechte verdeling van de geproduceerde rijkdom, de verwevenheid van politieke en economische machten en een democratie die meer formeel dan reëel was. Dit alles leidde tot een ongelijke en onrechtvaardige samenleving op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, cultuur, huisvesting, justitie… Een samenleving waarin de rijken steeds rijker werden en de armen steeds armer.
In België en Europa heeft deze beweging geleid tot de oprichting van medische centra, centra voor gezinsplanning, centra voor geestelijke gezondheidszorg, adviesbureaus op het gebied van recht en bedrijfsvoering, alternatieve scholen, consumentenverenigingen…
Het was ook de tijd van de Verklaring van Alma-Ata (1) en het Handvest van Ottawa (2). In de derdewereldlanden ontstonden revolutionaire bewegingen. Al deze initiatieven hadden tot doel de bestaande situatie op hun eigen terrein te veranderen en aan te tonen dat een andere organisatievorm mogelijk was.
Deze projecten, die gebaseerd zijn op de beginselen van gelijkheid, rechtvaardigheid, solidariteit, democratie, participatie, autonomie, rechtvaardigheid en respect voor verschillen, hebben getracht deze waarden toe te passen in hun interne werking en in hun relaties met de gebruikers.
In 1980 werd de Fédération des Maisons Médicales et Collectifs de Santé Francophones (FMMCSF) opgericht.
Vanaf het begin had de FMMCSF in haar grondbeginselen een project voor de organisatie van de gezondheidszorg naar voren gebracht dat gebaseerd was op eerstelijnszorg die alomvattend, continu en geïntegreerd was en gekenmerkt werd door maximale toegankelijkheid. De economische crisis van de jaren ’70 bracht de politieke machthebbers ertoe deze praktijken enige zichtbaarheid te geven en bescheiden inspanningen te leveren op het vlak van erkenning en subsidiëring, zonder echter de principes te onderschrijven die deze groepen uitdroegen, laat staan de toepassing ervan op grotere schaal te willen bevorderen. Deze steunmaatregelen hebben geleid tot een verbetering van bepaalde aspecten van de praktijk in de ‘Maisons Médicales’ (preventie, infrastructuur…).
Bovendien is er vooruitgang geboekt bij het onderzoek naar een alternatief financieringsmodel voor de vergoeding per prestatie, en is er met de politieke actoren onderhandeld over wat wij het forfaitaire bedrag (per hoofd) noemen. Het basisidee was om een financiering mogelijk te maken die beter aansluit bij een model van alomvattende, continue en geïntegreerde zorg. Dit heeft er bovendien toe geleid dat de zorg financieel toegankelijker is geworden en dat de solidariteit tussen gezonde en zieke mensen is versterkt. In 1984 heeft het eerste Maison Médicale dit forfaitaire financieringssysteem in de praktijk gebracht.
In de jaren ’90 neemt de economische crisis toe. De Berlijnse Muur valt en daarmee verdwijnt een heel systeem van waarden en sociale organisatie, waardoor plaats wordt gemaakt voor de totale hegemonie van het liberale systeem. Tegelijkertijd ontstonden er reacties op de gevolgen van het wijdverbreide neoliberalisme (3) in de vorm van een wereldwijde beweging: het alter-globalisme.
Nu in België
De structurele crisis waarmee onze samenleving al zo’n dertig jaar te maken heeft, heeft geleid tot een afname van de overheidssteun op alle terreinen van de sociale zekerheid: verlaging van de pensioenen, de werkloosheidsuitkeringen en de kinderbijslag, vermindering van de overheidsbijdragen op het gebied van gezondheidszorg (lagere vergoedingen voor geneesmiddelen, verhoging van de eigen bijdrage, hogere eigen bijdrage van de patiënt bij ziekenhuisopname). Tegelijkertijd is er sprake van een diepe crisis op de arbeidsmarkt, met een toename van het aantal mensen zonder werk (werklozen, vervroegd gepensioneerden, mensen met een minimuminkomen) en een toename van het aantal mensen zonder sociale zekerheid (illegale immigranten, daklozen).
Deze crisis is geen onvermijdelijkheid en volgt niet de natuurlijke loop van de geschiedenis. Ze is wel degelijk het gevolg van een economisch systeem dat het liberalisme als ideologie en het vrije ondernemerschap als te volgen model voorstaat. Dit model heeft als basisgedachte het behoud van de vrijheid van ondernemers en de inperking van alle mogelijkheden van burgers, maar ook van staten, die zich tegen hun macht zouden kunnen verzetten. Het omvat ook het idee om zich uit te breiden naar alle sectoren van menselijke activiteit die winst kunnen opleveren (de commercialisering van diensten), zelfs op gebieden die tot nu toe werden erkend als onderdeel van de verantwoordelijkheid van de staten: onderwijs, vervoer, gezondheidszorg, communicatie en het beheer van energiebronnen.
Dit neoliberale model is momenteel bijna overal ter wereld van kracht. De gevolgen op wereldschaal zijn overal zichtbaar:
- toenemende ongelijkheid in de verdeling van de rijkdom, waarbij rijkdom wordt overgeheveld van de arme naar de rijke bevolkingsgroepen;
- een verminderde toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting, maar ook tot water, voedsel en werk, in verschillende mate, afhankelijk van het deel van de wereld waar men zich bevindt.
In België hebben we te maken met een beleid dat in dezelfde richting gaat en dat leidt tot bedrijfsverplaatsingen en massale ontslagen, louter om economische redenen. We worden geconfronteerd met een toename van onzekere arbeidsomstandigheden (uitzendwerk, hogere productietempo’s, onzekerheid over het behoud van de baan, overkwalificatie) en een afname van ongeschoold werk. De politieke machthebbers staan bovendien steeds meer onder het dictaat van niet-gekozen instanties zoals de Wereldhandelsorganisatie (4), waarvan de normen de handelwijze van regeringen bepalen, buiten elke democratische controle om.
Dit leidt tot een afname van de bescherming die staten hun burgers bieden.
Tegelijkertijd wordt de verantwoordelijkheid voor alles wat problemen oplevert, verschoven van de politieke en bedrijfsleiders naar de individuen, die gedwongen worden om onder onzekere omstandigheden te werken en een baan te vinden… Terwijl industriële vervuiling, onmenselijke werktempo’s, onzekere werkgelegenheid, ontslagen en grootschalige fraude nauwelijks aan de kaak worden gesteld. In België zijn er aspecten die nog steeds onder de bevoegdheid van de staat vallen. Op het gebied van gezondheidszorg blijft het socialezekerheidsstelsel, hoewel het ontoereikend is geworden, een pijler van de solidariteit. Het lijkt ons in gevaar te zijn, aangezien er voorstellen voor een opsplitsing naar gemeenschappen de kop opsteken, met duidelijk geformuleerde argumenten voor het afbreken van de solidariteit en een duidelijk risico op privatisering.
De ontwikkeling in de richting van erkenning van de rol van de eerstelijnszorg en van multidisciplinair werken zijn positieve punten van dit moment. Ook moeten we de toename van de financiering voor palliatieve zorg noemen, het bestaan van decreten waarin verenigingen voor geïntegreerde zorg (ASI) worden erkend, de herwaardering van de huisartsgeneeskunde, de ontwikkeling van generieke geneesmiddelen, de erkenning en vergoeding van abortus, de verbeterde toegang tot geestelijke gezondheidszorg… Maar tegelijkertijd is er geen enkel gezondheidsbeleid dat de gezondheidsproblemen van de bevolking op een alomvattende manier aanpakt, en zien we steeds grotere investeringen in de tweede en derde zorgniveaus, waarbij de nadruk ligt op curatieve zorg ten koste van preventieve zorg, nog afgezien van de voortdurend stijgende farmaceutische uitgaven die niet worden geëvalueerd.
In deze context, die niet uitsluitend Belgisch is, lijkt het ons een prioriteit om het voortbestaan van de sociale zekerheid te verdedigen en de solidariteit te versterken. De medische centra en al diegenen die geloofden in de mogelijkheid van een meer solidaire samenleving, hadden de hoop dat de heersende politieke krachten rekening zouden houden met de gegrondheid van wat wij gedurende deze dertig jaar van ons bestaan hebben geprobeerd en voorgesteld.
We moeten vaststellen dat de lokale inspanningen in elke sector de ontwikkeling naar de huidige situatie niet hebben kunnen voorkomen, ook al blijven we een bevoorrecht land, zelfs op Europees niveau. Een tweede prioriteit is de totstandbrenging van een echte democratie die de burgers de mogelijkheid en de middelen biedt om deel te nemen aan de grote beslissingen die het maatschappelijk leven aangaan. Daartoe zal niet alleen op lokaal niveau moeten worden gewerkt, maar ook op een meer algemeen niveau, in samenwerking met andere sectoren van het maatschappelijk leven die, net als wij, vandaag dezelfde constatering doen en dezelfde waarden delen.
Op dit moment (januari 2025) telt de FEDE (Federatie van medische centra) ongeveer 140 medische centra.
(1) Verklaring van Alma-Ata (1979): deze verklaring, die door de WHO werd voorgesteld en door talrijke staten werd aangenomen, benadrukte het belang van een holistische benadering van gezondheid en bevestigde opnieuw het recht op gezondheid voor iedereen. Hiermee werd dit tot een fundamenteel sociaal doel gemaakt en werd het belang van eerstelijnsgezondheidszorg benadrukt: «essentiële gezondheidszorg, gebaseerd op praktische, wetenschappelijk onderbouwde en maatschappelijk aanvaardbare methoden en technieken, die universeel toegankelijk is voor alle individuen en alle groepen binnen de gemeenschap, met hun volledige participatie en tegen kosten die de gemeenschap en het land kunnen dragen. Deze zorg vormt een integraal onderdeel van het gezondheidszorgstelsel, waarvan zij de hoeksteen is, en draagt bij aan de economische en sociale ontwikkeling van de gemeenschap.».
(2) Handvest van Ottawa (1986): eerste internationale conferentie ter bevordering van gezondheid voor iedereen vanaf het jaar 2000 en daarna. Deze conferentie was in de eerste plaats een reactie op de verwachting van een nieuwe beweging op het gebied van de volksgezondheid wereldwijd. De discussies waren vooral gericht op de behoeften van de geïndustrialiseerde landen, waarbij ook rekening werd gehouden met de problemen in alle andere regio’s.
(3) Neoliberalisme: is de heropleving van de liberale ideeën sinds een keerpunt dat kan worden gesitueerd in de jaren 1970 (verzwakking van het vooruitzicht op een nieuwe internationale economische orde). Dit proces, waarvan Milton Friedman en de «Chicago Boys» de grondleggers zijn, pleit voor het afschaffen van de rol van de staat als regulator van handelsbetrekkingen, voor extreme privatisering en voor de heerschappij van de marktwetten als hoogste scheidsrechter tussen bedrijven en naties.
(4) Wereldhandelsorganisatie (WTO): internationale organisatie die tot taak heeft de vrijheid van het handelsverkeer te bevorderen, in de breedste zin van het woord: tarieven, telecommunicatie, financiële diensten… Opgericht in april 1994 uit de as van de GATT (General Agreement on Trade and Tariffs), tijdens de conferentie van Marrakesh, en trad officieel in werking in januari 1995. De WTO streeft naar de afschaffing van douanebarrières op gebieden waar deze nog bestaan. Deze barrières kunnen van verschillende aard zijn. De WTO is liberaal georiënteerd en baseert zich op de klassieke theorieën over het primaat van de markt (vraag en aanbod) en op het idee dat, als iedereen (elk land) zijn eigenbelang nastreeft, het algemeen belang vanzelf wordt gediend. De leden van de WTO zijn de staten.
